Paul Goethals is geboren op 28 september 1937 te Ardooie. Zijn ouders, Jozef Goethals en Maria Verkinderen, waren landbouwers. Hun boerderij was pal in het dorpscentrum gelegen.

Jozef en Maria

De priesterroeping viel niet uit de lucht…

Paul was misdienaar en keek op naar onderpastoor August (Gustje) Vandevelde (onderpastoor te Ardooie 30 oktober 1922 – 20 december 1944 ). Hij begeesterde menig Ardooienaar door zijn joviale houding. Dagelijks is misschien teveel gezegd, maar regelmatig konden de parochiegeestelijken beroep doen op de misdienaar die in de schaduw van de kerktoren woonde. Het Klein Seminarie te Roeselare was het college waar de humaniora werd gevolgd. (In de jaren 50 waren er nog meer dan 20 priesters verbonden aan dit Roeselaars onderwijsmonument.)

Een woelige maar boeiende seminarietijd…1956-1962

Zonder dat Paul Goethals het echt beseft, begint hij aan de priesteropleiding in de woeligste periode van het naoorlogse België. De schoolstrijd woedt en de bisschop van Brugge, Emiel-Jozef Desmedt, wil kost wat kost een tweede regering zonder de C.V.P. vermijden en gaat in oktober 1958 vanop de kansel stemadvies geven. Paul begint dan aan de theologiecyclus (4 jaar). Nog in hetzelfde jaar verkiezen de kardinalen op dinsdag 28 oktober Roncalli tot nieuwe paus Johannes XXIII.  11 stemrondes zijn er nodig vooraleer deze paus zijn warmte mag uitstralen. Deze paus, met de zachte glimlach, bracht een warme golf van sympathie teweeg bij de seminaristen. Voor hem willen ze wel ‘hun leven geven’. Maar de katholieke vernieuwings-rollercoaster  valt nog niet stil. Johannes XXIII kondigt op 25 januari aan dat er een oecumenisch concilie moet komen. Wat men in Brugge niet weet, is dat de kardinalen volledig verrast zijn en niet staan te juichen bij dit nieuws. De wereld verandert, de kerk voorlopig nog niet. Jaargenoot Leo Declerck vertrekt naar Rome en zal later medewerker zijn van de Belgische bisschoppen tijdens het Tweede Vaticaans Concilie. De theologiejaren zijn niet te onderschatten en er dient veel gestudeerd te worden.Tijdens deze cyclus ontvangt men de kleine wijdingen. De diakenwijding sluit zijn opleiding af als seminarist. De grote stap in de kerk en de wereld kan gezet worden.

Het wijdingsjaar 1962 voor de grote ingangspoort van het seminarie.
Paul Goethals (tweede rij, uiterst rechts), Henri Vandenburie (tweede rij, tweede links).
Het poseren in soutane doet nog wat onwennig aan .

Maandag 16 juli 1962, de priesterwijding….

Op die maandag kwam bisschop De Smedt te Ardooie vier diakens wijden. Er dienden dit jaar meer dan 20 diakens tot priester gewijd te worden. (En dan hebben we het nog niet gehad over de grote groep paters en monniken die op de wijding wachtten.) De bisschop wijdde, in tegenstelling met zijn voorganger bisschop Lamiroy, de diaken tot priester op zijn thuisparochie. Zo werd Paul met drie andere diakens tot priester gewijd. (Diakens uit de streek werden tijdens dezelfde viering gewijd. De Smedt zal tot in de jaren 70 meerdere diakens uit dezelfde streek tijdens éénzelfde viering tot priester wijden.)

Paul is ook 1 van de laatste priesters die gewijd werd in de preconciliaire kerk. Na 1965 zal er op liturgisch vlak veel veranderen. Zo zal de priester de eucharistie opdragen met zijn gezicht naar de mensen en wordt de plaatselijke taal gebruikt tijdens de liturgie. (Seminaristen die het Latijn niet machtig waren, dienden voordien een spoedcursus Latijn te volgen.) De liturgische kledij werd voor de priester vereenvoudigd tot een albe, kazuifel en stola.

De baret van Herman Wostyn, onderpastoor te Ingelmunster van 14 april 1934 tot 1 oktober 1953. Hij was zeer goed bevriend met De Smedt.
Paul leest tijdens de eucharistie van zijn wijding uit het missaal. De manipel aan zijn linkerhand is duidelijk te zien.
Paul was niet de eerste priester in de familie. Hij werd door zijn wijding opgenomen in de zeer talrijke familiegroep van zusters, paters en priesters. Vooraan in het midden zie je de ouders van Paul.

Van de vakschool naar de parochie

De eerste benoeming van Paul is de bisschop ingefluisterd door Maurits De Keyzer, president van het seminarie. De Keyzer was vertrouweling van de bisschop en kende goed de seminarist Paul Goethals. Doorgaans kreeg men eerst een benoeming op een school. De seminaristen en pasgewijden droomden van een parochie, maar aanvaardden deze noodzakelijke tussenstap. Paul gaf les en bewaakte. Zo kan men de taak van een priesterleraar in de jaren zestig omschrijven. Maar in 1973, ruim tien jaar na zijn wijding, schrijft Paul naar de bisschop. Hij polste zo naar de kans op een parochiebenoeming. Het antwoord van De Smedt was beleefd, maar bracht waarschijnlijk een teleurstelling bij de ongedurige Paul teweeg.

Paul zal nog wat verder les moeten geven.

Paul ziet jaargenoten benoemd worden en gaat nogmaals een brief schrijven naar De Smedt. Zijn antwoord is geheimzinnig. Maar…er is hoop gezaaid.


De benoeming als onderpastoor te Ingelmunster was het begin van een nieuw pastoraal avontuur. De parochie van Sint-Amand stond in de editie van 1988 van het jaarboek van het bisdom nog altijd vermeld als ‘een parochie 1e klas’. De parochie van Sint-Amand te Oostrozebeke was van de categorie ‘2e klas’. De parochies van Izegem behoorden tot geen enkele klasse. De oorsprong van deze onderverdeling kent meerdere verklaringen. De eerste verklaring is dat Ingelmunster vroeger een vredegerecht had. De tweede verklaring waarom een parochie tot een klasse behoorde, was de aanwezigheid van relikwieën. Te Ingelmunster bewaart men een relikwie van Sint-Justinus. Deze onderverdeling had in de jaren 70 reeds geen belang meer. Twintig jaar voordien werden er nog examens aan het bisdom uitgeschreven om in aanmerking te komen voor ‘een parochie 1°klas’. Vaak was zo’n benoeming het hoogste wat een priester kon bereiken.

Wat Paul nog niet kon weten, is dat er grote veranderingen op til waren.

Paul Berat, onderpastoor van 9 december 1969 tot 1 juni 1975.

Andre Hooghe, onderpastoor van 3 juli 1954 tot 8 februari 1973.

Frans Verhelle blijft maar enkele maanden onderpastoor.

Florent Vancayseele, pastoor van 18 juni 1957 tot 29 augustus 1974.

Ingelmunster diende in die periode vernieuwd te worden. De benoeming van Paul was het begin van deze vernieuwing. Toen Berat met spoed in Rekkem werd benoemd om daar een noodsituatie op te lossen, kwam er een plaats vrij voor medepastoor. (Onderpastoors werden niet meer benoemd. De terminologie in de kerk onderging grote veranderingen.) Herman Wostyn, ja die van de baret, kwam jaarlijks als oud-pastoor van Kuurne dineren bij de toenmalige parochieherder. Door het onverwachte vertrek van Berat was er een leegte ontstaan te Ingelmunster. Wostyn, die Ingelmunster in zijn hart droeg, opperde tijdens het diner van 1975 het idee om zijn goede vriend bisschop De Smedt voor te stellen om Henrik Vandenburie te benoemen als nieuwe medepastoor te Ingelmunster. Wostyn had, toen hij pastoor was te Kuurne, Vandeburie als seminarist gekend. (Vandeburie verbleef nog altijd op het klein seminarie te Roeselare. ) Wostyn fluisterde De Smedt dit voorstel in en zo werden Goethals en Vandeburie elkaars collega op de Sint-Amandparochie. Niemand had ooit kunnen vermoeden dat die twee jaargenoten op dezelfde parochie zouden werken.

Lucien De Wulf, pastoor van 1974-1987, verdeelde het werk. Wekelijks kwamen zij samen. Grosso modo verdeelde hij de parochiale bevoegdheden onder zijn medepastoors als volgt: Vandenburie kreeg het parochiedeel westelijk gelegen ten opzichte van de Bruggestraat, Paul kreeg dan het oostelijk gelegen deel ten opzichte van de Bruggestraat. De Wulf gaf zichzelf de Weststraat, de Gravinnestraat en de Kortrijkstraat, tot aan de vaart. De bewegingen werden als volgt verdeeld: Vandenburie kreeg alles wat met de A.C.W. te maken had en Goethals kreeg ‘de middenstand en de boeren’. Het parochiaal jeugdcentrum ‘Don Bosco’ kon op Paul rekenen. Met een grote groep medewerkers verzekerde Paul de werking en uitbouw van het jeugdcentrum. Vandeburie zag je dan wat meer in café ‘De Drie Koningen’.

Zoals de parochiepriesters in korte tijd zijn benoemd, zo vertrokken ze ook in korte tijd.

Goethals wordt in 1987 benoemd te Heule Watermolen, Vandenburie wordt pastoor op de Sint-Elisabethparochie te Kortrijk in 1988 en De Wulf krijgt in 1987 de Sint-Walburghaparochie te Brugge.

Paul Goethals is nu rustend priester te Ardooie. Hij woont samen met zijn zus Marie-Jozef in het huis dat gebouwd is op de grond van de ouderlijke hoeve. Hij helpt de pastoor waar het kan.

%d bloggers liken dit: