In het najaar van 1798 brak de Boerenkrijg uit. Te Ingelmunster vonden er schermutselingen plaats tussen de brigands en de Fransen Maar meer dan een geromantiseerd monument aan de muur van de Sint-Amanduskerk herinnert niets meer aan deze gebeurtenis.

Beschrijving van de 3 Ingelmunsternaars in de Sententie.

Toch zal deze gebeurtenis onrechtstreeks drie Ingelmunsternaars, Amandus Vincenus Simpelaere, Joannes Hoornaert en de van Kanegem afkomstige Franciscus de Boever, een plaatsje geven in de geschiedenis.

Doopbewijs van Simpelaere in het oude doopregister van de Sint-Amandusparochie.

De Boerenkrijg wordt in december van 1798 overal de kop ingedrukt. Deze opstand probeerde de oude standenmaatschappij van adel, geestelijkheid en boeren te herstellen. De bevolking stond eigenlijk niet achter deze standen, maar door de onpopulaire belastingen en wetten zoals de algemene dienstplicht, verloor de Franse bezetter de sympathie van het arme volk.

Iedereen die deelnam aan de opstand kreeg de naam rebel, brigand. De Fransen, in verwarring gebracht door de opeenvolging van opstanden, gaven ook aan rovers en dieven deze namen. 

Tijdens de periode 1796 – 1803 was er een groot gevoel van onveiligheid. Twee benden zijn hiervoor grotendeels verantwoordelijk. Ze zullen elkaar aflossen in de tijd.

De bende van Salembier opereerde in Noord-Frankrijk, maar stak vanaf 1796 geregeld de grens over om in meerdere departementen van Vlaanderen toe te slaan. Deze chauffeurs, hun naam verwijst naar de voetbranderij om mensen tot spreken te brengen, zullen op het proces te Brugge in 1798 beticht worden van 34 overvallen en inbraken. Op 6 november 1798 eindigt de grootste bende die onze streken heeft gekend onder de guillotine. 

Handtekening van Salembier op zijn huwelijksakte in het register van de parochie ‘Notre-Dame d’Aire’ (Archives départementales du Pas-de-Calais, 3 E 14/160)

Ludovicus Baekelandt dien je dan weer te zien als één van die paupers die door de grote armoede en verloedering van de relaties binnen de families, niet kon instaan voor zijn levensonderhoud. Hij nam dienst in het Franse leger om gewoon verzekerd te zijn van ‘kost en inwoon’. Baekelandt zal tweemaal deserteren uit het Franse leger. De Ingelmunsternaar Simpelaere deserteert in Luxemburg met Baekelandt.

Wat Baekelandt tot het begaan van misdaden bracht zullen we nooit weten. Maar hij sloot zich in 1801 aan bij Busschaerts-bende uit Pittem. Het volledige verhaal zullen we nooit te weten komen, maar langzamerhand werd hij kapitein en verplaatste hij zijn werkveld naar Staden-Houthulst. De periode waarover zijn proces in 1803 loopt, beslaat maar een 18-tal maanden.

Deserteur Simpelaere zal altijd aan de zijde van Baekelandt vertoeven. Hij sterft enkele minuten na Baekelandt, op 2 november 1803 om 15:00 uur.

Overlijdensbericht van Simpelaere.(Overlijdensakte Nr. 187 – akte 02/11/1803)

Franciscus de Boever en Joannes Hoornaert worden vrijgesproken. Zij hebben wel contact met Baekelandt gehad, maar niemand van de rechtbank vond een bewijs dat ze deelnamen aan het roven en de moord op Catharina de Smet uit Pittem. Het mes van guillotine viel niet voor hen.

Simpelaere werd begraven in de tuin van het Sint-Janshospitaal.

%d bloggers liken dit: